Gerendy, het witte kwakertje zo lief,
Vloog eens te ver, o, wat een grief.
De politie was er, in uniform zo strak,
Gerendy's avontuur, een klein misstap.
Hij fladderde wild, vol angst en ontzetting,
Zijn witte verenkleed in de avondzonsondergang.
"Stop, kleine Gerendy," riep de agent met een zucht,
"Je moet veilig landen, dit is echt geen vlucht."
Gerendy keek verdrietig, begreep het gevaar,
Hij landde gehoorzaam, zo ver weg van elkaar.
De politieagent glimlachte en zei met een lach,
"Wees voorzichtig, kleine vriend, op je avonturenpracht."
Met een knikje van dankbaarheid in zijn oog,
Vloog Gerendy weer, met een hart vol mededogen.
Zijn geschiedenis met de politie, een kort intermezzo,
Een herinnering aan momenten, zowel hoog als laag, in zijn levensreis, o zo.
Gerendy vloog verder, vol vreugde en kracht,
Een witte kwakertje, op avontuur, dag en nacht.
In de geschiedenis van zijn leven, een kleine episode,
Van vrijheid, vriendschap, en de brede wereld wijd en groot.